vrijdag 29 juli 2011

Single Story

Ik kreeg deze link van Ingrid Manasse, die een jaar in Kaapstad woont.

Mooi verhaal voor de vakantietijd! Om over na te denken tijdens je vakantie (of daarna) en als je wat stort op giro 555.

http://www.ted.com/talks/lang/eng/chimamanda_adichie_the_danger_of_a_single_story.html

Mooie (vakantie)boeken over Afrika zijn:

'Wat is de Wat' van Dave Eggers en Valentino Achak Deng
'De Windvanger' van William Kamkwamba en Bryan Mealer

En als je nu denkt "nou ik lees liever over wat leuks in mijn vakantie, dan over vluchtelingen cq droogte in Afrika", dan zou het wel eens zo kunnen zijn dat je dat denkt als gevolg van je eigen Single Story over Afrika. In deze boeken lees je meer dan dat!

maandag 11 juli 2011

Leve de dubbelzinnigheid!

De afgelopen week ben ik twee dagen mee naar school geweest met Marije. Marije is een collega van me, die een opleiding volgt aan het Instituut voor Interventiekunde in Amsterdam. De theorie van Carl Weick stond twee dagen centraal. Weick is een van de eerste beschrijvers van de sociale psychologie (The social psychology of organizing, 1979). Om de verbinding van Weicks theorie met de praktijk te kunnen maken, was aan de studenten gevraagd mensen uit de praktijk mee te nemen. De heer Weick liet onze hersens wel kraken, maar met een beetje hulp van docent Wick van der Vaart, waren wij toch in staat om er gezamenlijk ‘chocola’ van te maken (dit woord werd een aantal keer gebruikt door verschillende mensen uit de groep. Weick zou dat interessant vinden: waarom wordt juist deze uitdrukking in dit kader gebruikt?)
 
Weick schrijft oa. over organiseren. Hij stelt dat de noodzaak om te gaan organiseren ontstaat als wij dubbelzinnigheden ontdekken. Als alles namelijk duidelijk is, ga je gewoon plannen en aan de slag. Het gedoe van het organiseren begint dus bij de dubbelzinnigheid. Wat is een voorbeeld van dubbelzinnigheid? Als een leidinggevende zegt: “Ja, daar moeten we het eens een keer over hebben”, of als iemand zegt “wen er maar vast aan, zo gaan de dingen hier”. Dat soort uitspraken lijken eenduidig, maar zijn tegelijkertijd voor meerdere uitleg vatbaar (wat is ‘eens’ of ‘een keer’ en waarom gaan we het er niet gelijk over hebben? Of waarom ‘moet ik daar aan wennen’ en wat als ik er niet aan wen?).

Organiseren is volgens Weick: A consensually validated grammar for reducing equivocality by means of sensible interlocked behavior. In mijn woorden probeer ik het als volgt: een gezamenlijk vastgestelde manier van doen/praten (vaak ongeschreven regels), waaraan door een groep(je) mensen betekenis is gegeven en die dubbelzinnigheden verkleint.
Zijn definitie komt naar mijn idee aardig overeen met het begrip ‘wederkerige adequaatheid’ (intersubjectiviteit) dat gebruikt kan worden als je - in co-creatie - samen naar nieuwe wegen zoekt. (zie ook mijn vorige blogs)

Dubbelzinnigheid als start voor het organiseren: iedere coach, consultant of adviseur zou hier mijn inziens gevoeligheid voor moeten ontwikkelen, om te voorkomen dat je met oplossingen komt die uiteindelijk de bestaande dubbelzinnige situatie versterken en in stand houden.

Banning en Banning (Narratieve begeleidingskunde, 2005 ) spreken in dit kader van problematiserende narrativiteit: de dubbelzinnigheden (‘scheuren’ in hun woorden) in het vertelde verhaal zichtbaar maken. Het maakt dat je achter het eenduidige verhaal (‘zo gaat het hier nu eenmaal’) kunt kijken en daardoor oplossingen zichtbaar maakt, die je binnen de kaders van het bestaande verhaal niet voor mogelijk hield.  Weick moedigt aan om op die manier op zoek te gaan naar variatie, waardoor er weer beweging komt en nieuwe verhalen/organisaties kunnen ontstaan. Maar dit vraagt ook van de consultant een kritische blik op zijn eigen ‘geloofs-overtuigingen’ (wat vind jij vanzelfsprekend en is dat zo?).

In de reader die wij bij de module ontvingen zat - naast enkele hoofdstukken uit het boek van Weick - een uiterst korte samenvatting van het werk van Weick, namelijk in de vorm van één uitspraak per hoofdstuk. Ik geef ze ter overdenking en als spiegel voor je eigen ‘geloofsovertuigingen’:

  • Word niet panisch als je geconfronteerd wordt met chaos
  • Je doet nooit één ding tegelijk
  • Chaotisch handelen is te prefereren boven ordelijk niet handelen
  • De belangrijkste beslissingen zijn weinig opvallend
  • Oplossingen bestaan niet
  • Weg met  doel-middel denken, waarbij doelen voorop staan
  • De kaart is je territorium
  • Verander de geaccepteerde kaart
  • Beschouw je werkelijkheid als een evoluerende
  • Doe eens wat anders


donderdag 23 juni 2011

De vis, de man en de waarheid bij veranderingen


De afgelopen tijd denk ik veel na over de volgende vraag: “hoe begeleid je mensen in verandering” ? Die vraag is onderwerp van gesprek in de organisatie waar ik werk. En gek genoeg lijkt dit een vraag te zijn waarop iedereen wel een antwoord heeft. Iedereen is namelijk wel eens geconfronteerd met verandering. En wat blijkt: even zovele mensen, even zovele antwoorden. Dat valt trouwens op: de behoefte aan het geven (of bedenken) van antwoorden.

Ondanks deze niet te missen diversiteit aan ervaringen met verandering, zie je ook binnen mijn organisatie de behoefte aan het kunnen bieden van (juist!) het antwoord op de vraag: hoe kunnen wij mensen in verandering helpen. Er moet ‘iets concreets’ komen (een propositie!) voor dit toch wel vage en ongrijpbare gebied. De behoefte aan kant en klare oplossingen (scans, leiderschapstesten, stappen van organisatiegoeroe’s, simulatiegames) om greep te krijgen op wat ‘schuurt’ of als onaf en onzeker ervaren wordt, lijkt groot te zijn; waarschijnlijk even groot bij onszelf als bij onze klanten. Is het de behoefte aan controle en maakbaarheid? In ieder geval de behoefte om ergens een prijs over af te kunnen spreken.

De afgelopen tijd denk ik ook veel na over déze vraag: Kun je (mensen in) veranderende organisaties ook begeleiden door gewoon te beginnen bij het begin, namelijk hun vraag en samen verder te zoeken naar oplossingen, die recht doen aan de complexiteit en aan de broosheid van de dagelijkse realiteit. En hen te ondersteunen daarin hun (persoonlijke) leiderschap te nemen? Zou dat genoeg antwoord kunnen zijn? Zonder mooie verhalen, maar gewoon omdat je weet dat een organisatie zijn strategische doelen pas echt zal halen, wanneer mensen voelen dat er recht wordt gedaan aan de complexiteit en aan de 'broosheid' van de te kiezen oplossingen (André Wierdsma, filosofie in bedrijf 3, jg. 15 - juni 2004). Bezig zijn met deze vraag confronteert mij met complexiteit en mijn eigen broosheid. Het lijkt makkelijker om gewoon een propositie te bedenken.

Een klein verhaaltje om jullie óók aan het denken te zetten:

De vis, de man en de waarheid

".....De Mexicaanse Siërra (een vis) heeft 17 plus 15 plus 9 graten in zijn rug. Deze kunnen eenvoudig worden geteld.
Maar de Siërra is sterk en als hij hard aan de vislijn trekt, dan verbranden we onze handen.
Als de vis uit het water springt, bijna ontsnapt en op het nippertje over de railing naar binnen wordt getakeld, pulseren de kleuren en de staart slaat in de lucht. De hele ervaring wordt ineens meer dan de som van de visser en de vis.
De enige manier, dacht de man, om in rust de graten van de Siërra te tellen, is om in een laboratorium te gaan zitten, een riekende  pot te openen en de verstijfde, kleurloze vis uit een formaldehyde oplossing te halen. Dan kun je de waarheid erover opschrijven.

Het is goed te weten wat je aan het doen bent. De man met zijn geconserveerde vis heeft 1 versie van de waarheid opgeschreven en heeft - en passant - vele leugens genoteerd. De vis heeft niet deze kleur, niet deze textuur, is niet zo dood en ruikt ook zeker niet zo.
...."

(John Steinbeck, 1941)

zondag 5 juni 2011

Perfect imperfect

Mijn grootvader van moederskant liet in 1939 een vakantiehuisje bouwen in Vrouwenpolder. Toen mijn tante het huis overnam, kochten mijn ouders ook een huisje in Vrouwenpolder. Dat is nu 25 jaar geleden en dat moest gevierd worden. Zo kwam het dat wij met 21 mensen uit 3 generaties (de jongste 8 en de oudste 83) het weekend genoten van de zon, de zee en elkaar.

Naast het strand is ook Middelburg dicht in de buurt van Vrouwenpolder en in Middelburg heb je De Drukkery, een fantastische boekwinkel. Vrijdagmorgen om kwart over 9 zaten mijn man en ik daar rustig met een kopje koffie de krant te lezen en vervolgens drentelden wij langs de boekenkasten en -tafels. Na enige tijd belandde ik bij de tafel psychologie en management. Terwijl ik de titels bekeek werd ik overvallen door een gevoel dat helemaal niet bij vakantie en/of Zeeland past: Ik voelde dat er via de kaften van de boeken een enorm appèl op mij werd gedaan. Een paar titels: Get Social!; Hoe ik mijzelf beter begrijp; 94 modellen voor managers; luisteren naar binnen (zelfanalyse adhv een film); Het gaat gewoon lukken - persoonlijke groei ondanks tegenslagen; menselijke gebreken voor gevorderden; Connect!; Handboek midlife (gelukkig voor mensen boven de 40, ik hoop dat je dit boek boven de 50 mag overslaan); Het geweldige vrouwenboek….
Geloof me er lagen er nog veel meer!

Toevallig las ik een dag later een interview met de auteur van ‘Menselijke gebreken voor gevorderden’. Een van de dingen die mij bijbleef uit het interview is dat zij stelt dat wij zullen moeten leren leven met onze gebreken: we zijn niet perfect. Jammer maar waar. Eerlijk gezegd vind ik zo’n conclusie wel een beetje van de categorie ‘open deur’ en ik denk dat het ook geen nieuws zal zijn voor mijn vader van 83 en de meeste van zijn generatiegenoten. Maar hoe komt het toch dat wij (dwz de generaties daarna) daar via zo’n boek op gewezen moet worden. De gedachte dat we niet perfect zijn, vind ik zelf een geruststellende. Die geweldige horizon waar ‘94 managementmodellen’ mij al tegemoet lachen en ik mezelf helemaal begrijp en ‘het’ altijd lukt, ik word al moe als ik er aan denk. Toen ik een jaar of 35 was, las ik een boekje van de Daila Lama dat begon met de zin “het leven is niet gemakkelijk”. Ik weet nog wat een eye-opener ik dat vond, zo veel realistischer dan “het gaat gewoon lukken” of “het leven moet wel leuk zijn”. Ik hoorde trouwens vandaag in de AH een vrouw die laatste zin letterlijk tegen een meisje van een jaar of 18 zeggen. Wat een last op je schouders, want wat moet je doen als het leven even niet leuk is?
Juist, zo’n boek kopen op de boekentafel van De Drukkery.

Het lukte ons het afgelopen familieweekend heel goed om elkaar te nemen zoals we zijn, het met elkaar ‘uit te houden’, dus. Dat kan alleen als je weet dat geen van allen perfect is en jijzelf dus ook niet en dat het goed is zoals het is. Wat kun je dan van elkaar genieten!

Uiteindelijk kocht ik bij de Drukkery een klein boekje met verhalen van Toon Tellegen: ‘Houd Moed’. Prachtige verhaaltjes, ondanks het feit dat ze niet allemaal goed aflopen.

maandag 16 mei 2011

Effect is Kwaliteit x Acceptatie (E=KxA)


Gisteren gaf ik de training Adviesvaardigheden voor Aankomend Consultants. De deelnemers moesten een adviestraject uitvoeren en daarvoor gesprekken voeren met hun (denkbeeldige) klant. Twee acteurs speelden de rollen van de diverse sleutelfiguren. Ik kan enorm genieten van de manier waarop de acteurs de cursisten letterlijk en figuurlijk teruggeven wat hun gedrag oproept. Cursisten benoemen het ook altijd als bijzonder leuk en leerzaam. Een van de terugkomende zaken is dat je eerst contact moet hebben voordat je tot zaken kunt komen. Als je als adviseur of consultant bij een klant komt ben je geneigd om direct met een (jouw) oplossing op de proppen te komen. Acteurs laten dan non-verbaal zien dat ze afhaken bij een specialistische uitleg. Wellicht is de kwaliteit van het advies wel OK, maar het wordt niet geaccepteerd, omdat er geen contact is.

Tussen de middag ging ik even met mijn zoon mee naar de orthopeed. Zijn kruisband is afgescheurd tijdens het voetballen. Wij hoopten concrete informatie te krijgen over de behandelopties. De orthopeed startte met een uitgebreid verhaal over de uitslag van de MRI scan, zonder te vragen of wij wellicht al op de hoogte waren van de uitslag (wat we waren). Hij legde het duidelijk uit met een tekening en later nog met de foto's en liet tijdens dat verhaal steeds al impliciet zijn advies doorschemeren, namelijk dat opereren eigenlijk niet nodig was. Maar mijn zoon wil blijven voetballen en heeft zorgen over of dat dan nog wel kan. Hij stelde daar vragen over, maar er kwam geen gesprek op gang, behalve een technisch antwoord, dus mijn zoon bleef vragen stellen. Ik probeerde het ook nog even: Hij is nog jong dokter, ik zou denken dat het dan zinvol is om te opereren? Weer een technisch verhaal over at random onderzoeken en aantallen operaties. Ik haakte af en dacht nog maar een ding: second opinion.

Na afloop evalueerden mijn zoon en ik het gesprek. Hij zei: "ik haakte halverwege af en dacht nog maar één ding: second opinion." Grinnikend concludeerden we dat onze reacties gelijk waren. Maar wat was er misgegaan? Wij hadden geen van beiden contact met deze man gevoeld, hadden niet het idee dat hij echt had geluisterd en vertrouwden daardoor zijn informatie niet. Wellicht was de kwaliteit goed, maar wij konden het niet beoordelen en daarom niet accepteren. Het effect is dat we een ander opzoeken. Ik voelde even in de praktijk en aan den lijve wat er in een gesprek gebeurt als er geen contact is.

En nu…. Ik zou kunnen gaan twitteren dat je niet naar deze arts in dit ziekenhuis moet gaan. Maar dat voelt niet goed. Mensen die erom vragen zeg ik het wel. Blijkbaar vind ik dat wel kunnen. En bovendien via die mensen worden wij nu overspoeld met verhalen over artsen die zij aanbevelen: we hebben ruime keuze; een nieuwe afspraak is gemaakt. Daar hebben we meer aan dan ons te richten op die ene slechte ervaring.

Contact maken en luisteren ("aandachten" is daar toch wel echt een mooi werkwoord voor! - zie vorige blog) blijken essentieel te zijn voor het accepteren van een advies. Doe je dat niet dan is het Effect nihil ook al is de kwaliteit nog zo goed. Ik las in een blog van Menno Rigterink http://bit.ly/iwAqZK een pleidooi om in iedere organisatie een Chief Listening Officer in de board aan te stellen. Prachtig idee. Volgens mij is daar geld mee te verdienen!


donderdag 28 april 2011

De vele gezichten van Aandacht


Vandaag las ik in de krant dat middelbare scholieren alleen nog maar aandacht hebben voor twitteren. Zij schijnen de hele dag tweets te schrijven over wat ze aan het doen zijn: de ruzie met hun ouders, die stomme school, foute vriendinnen, enzovoort. Eerlijk gezegd: dit Nieuwe Etaleren, zoals ik het maar even noem, beperkt zich niet tot de groep middelbare scholieren. Ik kom dit soort tweets geregeld tegen bij de mensen die ik op twitter ‘volg’ en daarom met gezwinde spoed weer ‘ontvolg’.
Laatst had ik een gesprek met een groep dertigers over de plaats van de telefoon in de training. Toen ik vroeg of de telefoon uit en de training aan kon, vonden ze dat wel een grappige, maar tegelijkertijd onzinnige vraag. Wat is er tegen als ze af en toe even een ping beantwoorden? Nou alles dus, vond ik. Maar ik had erg veel moeite om daar de voor hen overtuigende argumenten voor te vinden.
Toen mijn zoon een jonge middelbare scholier was, werden mijn man en ik wel eens door hem uitgemaakt voor ‘holbewoners’, wanneer hij vond dat we hem en zijn keuzes niet begrepen (Gelukkig was er toen nog geen twitter). Maar datzelfde holbewonergevoel krijg ik soms weer als ik met jonge mensen over het gebruik van sociale media praat.

Waar zit mijn probleem en waar mis ik de aansluiting? Feitelijk zegt de eerste zin van dit stukje al genoeg: ze hebben aandacht voor twitteren. En waarschijnlijk ook voor facebook en voor pingen, maar hebben ze nog aandacht voor zichzelf, voor school, voor vrienden, voor de training en de trainer? Ik kom er eerlijk voor uit: als ik iets sta te vertellen of in gesprek ben met iemand wil ik aandacht. Ik wil aandacht krijgen en ik wil aandacht geven. En volgens mij ben ik niet de enige die af en toe het gevoel heeft dat, in het ‘life-aandacht-moment’, anderen, die er niet bij zijn, toch alle aandacht opeisen. Er is dus wel degelijk aandacht, maar aandacht die voor mij onbevredigend is.

Andries Baart heeft een mooi boekje geschreven over Aandacht. Hij benoemt daarin het ontbreken van het werkwoord 'Aandachten'. “ … Je kunt niet zeggen: ik aandacht, jij aandacht, et cetera. Bij verwante woorden (herinneren, gedachte, interesse) ligt dat anders: ik herinner (me), ik denk, ik interesseer (me)…” Om Aandacht actief te krijgen heb je een hulp- of koppelwerkwoord nodig. Als je die gebruikt, zie je gelijk hoe veel gezichten het woord krijgt. Baart noemt onder andere de volgende verschijningsvormen: Aandacht hebben, Aandacht geven, Aandacht richten, Aandacht die op je rust en Aandacht kunnen opbrengen. Het is heel interessant om te lezen hoe Baart deze verschillende uitingsvormen van het woord Aandacht verder uitwerkt. Belangrijke conclusie is ook: “… Aandacht wordt aangewend binnen een specifiek kader en ontleent daaraan haar morele waarde …” Met andere woorden: wat voor de een goede aandacht is, is voor de ander misschien te veel: er kan teveel aandacht op je of iets rusten, je kunt te veel of te weinig aandacht geven en misschien kun je op een bepaald moment wel geen aandacht opbrengen.

Maar ik mis in het rijtje van Baart de versnipperde Aandacht. Dat is wat ik veel tegen kom. Versnipperde aandacht lijkt iets van deze tijd: niet te moeilijk doen, ff snel, niet zeuren, klaar is Kees. Soms geen probleem, maar soms dus wel, want sommige zaken vragen gefocuste aandacht en onderzoek om ze echt te kunnen doorgronden of te kunnen leren. Dat vraagt soms ook vertraging.

Dus als je De Aandacht actief maakt, gebeurt er gelijk van alles. En daar wil ik tijdens mijn werk regelmatig even aandacht aan besteden. Het 'spelen met Aandacht' zie ik als de basis van de praktijk van de begeleidingskundige.

Ik ben benieuwd wanneer dit onderwerp zo door is gedrongen tot de huiskamertafels dat scholieren #aandacht in hun tweets opnemen.

dinsdag 12 april 2011

Verlies en rouw en veranderingen


Afgelopen vrijdag sprak ik tijdens een training met een groep jonge consultants over het begeleiden van mensen bij veranderingen. Ik besprak de fases die William Bridges onderscheidt: Het Einde waarin het verlies wordt gevoeld, de Neutrale Fase, waarin nog niets concreet is en die wordt gevoeld als onduidelijkheid, en het Nieuwe Begin. Ik vertelde mijn eigen verhaal erbij: Op dit moment is de Unit waarin ik werk in verandering en nu duidelijk is dat we niet op de oude voet verder gaan, bevind ik me - geloof ik - wel in de neutrale fase: ik weet niet wat het voor mij gaat worden. Alhoewel ik heel tevreden ben over hoe het proces verloopt en over hoe er gecommuniceerd wordt, voel ik me toch niet lekker met de situatie. Ik vind het erg om collega’s en een bepaalde vertrouwdheid te gaan missen en ik kan me nog geen voorstelling van maken van mezelf in de nieuwe situatie. Ik ben dus ook nog even niet ontvankelijk voor motiverende praatjes (het wordt vast leuk, nieuwe kansen).
Terwijl we hierover spraken, vertelde een van de cursisten dat hij net een nieuwe opdracht had gekregen om een team, waarvan de werkzaamheden naar India zou worden overgeplaatst, te begeleiden bij de ontmanteling. Toen hij tijdens de intake had gevraagd hoe dat voor de medewerkers was, had de teamleider gezegd: “Ach, ze hebben al zoveel meegemaakt, ze zijn al die veranderingen wel gewend, ze zijn er hard onder geworden”. Met andere woorden hij hoefde daar niet zoveel aandacht aan te besteden.

Vanavond was ik bij een lezing van Manu Keirse over Rouw en Verdriet. Manu Keirse is hoogleraar aan de universiteit van Leuven en heeft veel boeken geschreven over dit onderwerp. Hij sprak over de ‘taken’ die een rouwende moet vervullen bij de rouwverwerking en hoe je rouwenden daarbij kunt helpen.
De eerste taak is dat je de nieuwe werkelijkheid onder ogen moet zien (iemand of je werk is er echt niet meer). Je kunt mensen hierbij helpen door meerdere malen informatie te geven over wat er gebeurt (is) en de kans te geven om meerdere malen hun verhaal te doen. Verder moet je vooral niets weg houden.
De volgende taak is de pijn en het verdriet te ervaren. Boosheid, schuldgevoelens, huilen, lamlendigheid zijn normale reacties.
De 3e taak is je aanpassen aan de nieuwe situatie. Je kunt iemand helpen door steeds weer naar het verhaal te luisteren. En als je goed luistert zul je merken dat dit verhaal steeds verder verandert en zich aanpast aan de nieuwe werkelijkheid.
De laatste taak is het opnieuw leren houden van de mensen en het (nieuwe) leven. Dit is niet het verdriet loslaten, maar het kunnen dragen. Verwerken is niet vergeten.

Toen ik dit verhaal vanavond aanhoorde, moest ik ineens denken aan die mensen die nu geconfronteerd worden met het verlies van hun werk en die zogenaamd hard zijn geworden onder alle veranderingen. Het verlies van werk is erg, maar het niet mogen rouwen om dat verlies, is volgens mij nog veel erger. Zonder einde en neutrale fase is er namelijk geen goed begin van iets nieuws mogelijk.

Iedereen reageert anders op veranderingen en verlies. In een van de boekjes van Manu Keirsen staat de volgende zin: ‘Verdriet is als een vingerafdruk: voor iedereen herkenbaar en toch zijn geen twee vingerafdrukken gelijk’. Ik zie dat bij mijn collega’s: ieder verwerkt die veranderingen op een andere manier. Maar het mag op tafel liggen en gezegd worden. Dat wens ik de medewerkers van mijn cursist ook van harte toe.

Unbalanced Rock

Unbalanced Rock
Dubbelzinnigheid als startpunt voor organiseren: beweging en stevigheid